TWEEDE STAMVADER IN NEDERLAND: Johan Bernard Kiesewetter.

Zoals reeds op blz. 5 is vermeld, was Johan Bernard (), geboren 24 sept. 1810 te Amsterdam en overleden 13 jan. 18 69 in Den Helder, onze tweede stamvader in Nederland. In feite was hij de stamvader van de Helderse tak.

Hij trouwde op 7 maart 1838 met Lena Cornelia Spaan(), geboren 15 maart 1807, overleden 10 sept. 1877.

Oudoom Cornelis vertelt van haar:Haar ouders woonden in Amsterdam op de Laagte van den Kadijk.Mijn grootvader van moederszijde heette Spaan en had daar een zaak in grutterswaren. Zij hadden 3 kinderen, n.l. een zoon (wiens voornaam ik niet weet) en twee dochters: Lena Cornelia (mijn moeder) en mijn tante Gerritje."

Betreffende de zoon ben ik niet in staat iets met zekerheid mede te delen. Indien ik mij niet vergis heb ik mijn moeder wel eens horen vertellen, dat haar broeder op jeugdige leeftijd van huis is gegaan en dat sedertdien nimmer enige tijding van of aangaande hem werd ontvangen.

Mijn tante Gerritje is gehuwd geweest; haar man heette Calergius. Zij hebben jaren lang gewoond in Den Helder aan de Dijkweg, achter ons huis aan de Kanaalweg No. 5. en zijn na het overlijden van mijn moeder verhuisd naar de Langestraat, alwaar mijn tante jaren geleden is gestorven, nalatende een dochter, die kort na haar moeder ook is overleden. Tante Gerritje had nog een andere dochter, die gehuwd was met een gemployeerde aan het Instituut der Marine te Willemsoord. Deze heette Ten Seldam. Deze nicht is in het laatst van 1868 overleden, zonder kinderen na te laten. Haar man is daarop naar Amsterdam vertrokken; wij hebben sedertdien niets meer van hem vernomen.

Oudoom Cornelis vervolgt: "Thans volgen nog enige mededelingen over mijn ouders. Mijn moeder Lena Cornelia is tweemaal gehuwd geweest, de eerste maal met Jacob Libau (of Liban), slager en vleeshouwer in de Kleine Kattenburgerstraat, op de hoek van een der dwarsstraten in Amsterdam. Na het overlijden van haar eerste man is mijn moeder met mijn vader gehuwd en wel op 7 maart 1838. Of mijn vader toen reeds een eigen zaak dreef, kan ik niet met zekerheid zeggen. Vermoedelijk was dit niet het geval en heeft hij n zijn huwelijk met mijn moeder een slagerij en vleeshouwerij geopend op de hoek van het Kattenburgerplein en de Kleine Kattenburgerstraat.

Mijn ouders hebben daar niet lang gewoond, wijl zij in n der jaren 1841 tot 1845 van woonplaats zijn veranderd en zich in Den Helder hebben gevestigd. Wat de aanleidende oorzaak van de woonplaatsverandering is geweest is mij niet bekend. Dat achteruitgang van zaken hierbij van invloed is geweest, is misschien wel als juist aan te nemen. Welke reden hen hebben bewogen om zich naar Den Helder te begeven, dat toen allesbehalve welvarend kon worden genoemd en waarvan de bevolking tachtigjaar geleden (dus omstreeks 1840) hoogstens 10.000 zielen bedroeg, kan ik evenmin ophelderen. Ik heb het niet gepast gevonden betreffende die gebeurtenis aan mijn ouders opheldering te vragen, omdat ik wel begreep, dat daaraan ongetwijfeld ernstige en niet zeer aangename herinneringen ten grondslag lagen. Maar uit hetgeen ik er van heb vernomen is ten duidelijkste gebleken, dat hun levenslot niet door enig toeval is beheerst geworden (hetgeen trouwens met niemand het geval is)en dat Hogere Leiding in dit geval met beslistheid viel waar te nemen. In de eerste jaren van hun verblijf in Den Helder hadden mijn ouders met vele wederwaardigheden en tegenspoeden te kampen en heeft hun zeer dikwijls het nodige voor hun levensonderhoud ontbroken, maar zij konden gelukkig ook van gebedsverhoringen en tal van uitreddingen uit de bangste nood gewagen. In latere jaren is hun toestand veel verbeterd en heeft het hun, hoewel van weelde nimmer sprake is geweest en de zorgen des levens dikwijls drukkend waren, aan niets meer ontbroken.

Mijn ouders hebben het voorrecht mogen genieten ruim 30 jaren in den echt verbonden te zijn geweest. Uit het huwelijk van mijn ouders zijn 5 kinderen geboren. Van twee hunner, een zoon en een dochter zijn mij, de data van geboorte en overlijden niet bekend (thans wel), daar zij op zeer ,jeugdige leeftijd en vr mijn geboorte zijn gestorven. De drie andere kinderen waren mijn beide broeders: Johan Bernard en Frans en als laatste Cornelis (schrijver dezer aantekeningen).".