Het verhaal.

Het bijbelverhaal over Jozef, de lievelingszoon van Jakob en Rachel, is overbekend. Toch raad ik u aan het verhaal nog eens te lezen voordat u de uitvoering van de musical bezoekt. Het verhaal van Jozef wordt prachtig beschreven in Genesis 37 tot en met 50.

Misschien had deze musical beter 'Dina' kunnen heten, want zij speelt een belangrijke - wellicht de belangrijkste - rol. Dina is de dochter van Jakob en Lea en dus een half)zus van Jozef. Zij wordt genoemd in Genesis 30 waar geschreven wordt over de kinderen van Lea, Rachel en de slavinnen. De betekenis van de namen van de zoons wordt stuk voor stuk uitgelegd, maar van Dina staat er alleen: 'Daarna baarde Lea een dochter en noemde haar Dina'. Verder komt ze nog ťťn keer terug in Genesis 34. Ene Sichem verkracht Dina, maar, zo staat er, 'hij was aan Dina innig gehecht en had het meisje lief'. Maar de broers van Dina denken daar anders over. De familie-eer staat op het spel en die moet gewroken worden. Simeon en Levi vermoorden Sichem.

Daarover filosoferend - want de bijbel geeft daar geen aanwijzingen voor - kun je je voorstellen in welk moeilijk pakket Dina zit. Het zal haar leven ongetwijfeld beheerst hebben. Waar kan zij terecht? Op wie kan zij zich wreken? Sichem, die van haar hield, is dood. Op haar broers? Maar hoe dan? Is verzoening voor haar wel mogelijk? Ze moet verbitterd geraakt zijn. Het verleden is voor haar geen pretje. Dat kun je maar beter met rust laten. Natuurlijk is dit geen theoretisch gegeven (de bijbel is immers geen psychologieboek), maar voor een musical, waarin je vrijer met de verhalen kunt omgaan, biedt deze benadering heel veel interessante mogelijkheden. Die voorkomt ook dat de musical een letterlijk naspelen van het verhaal wordt.

Parallel aan haar leven, loopt dat van Jozef. Hij heeft wťl de mogelijkheden om zich te verzoenen, hoewel hem broedermoord is aangedaan. Want wie door zijn broers naar Egypte wordt verkocht is verloren. In Egypte, de grootste graanschuur van die tijd, is het geen leven. Dina die niet kan verzoenen en Jozef die dat wel doet. D ie spanning is in deze musical nadrukkelijk uitgewerkt.

Daarnaast spelen er nog meer lijnen doorheen. Onder andere ťťn geÔnspireerd op de joodse Kabbala, een mystieke leer die uitlegt dat Jozef model staat voor het 'ego'. Als je dat goed tot je door laat dringen, vallen de verhaalstukjes als een puzzel in elkaar. De ontwikkeling van Jozefs ego gaat niet zonder slag of stoot. Hij, de dromer die ver boven het maaiveld uitsteekt, laat zich volledig aftroeven door zijn ego. Het gaat met hem aan de loop. Jozef maakt er zijn broers tot op het bot jaloers mee. Zijn vader doet er nog een schepje bovenop en de kiem voor de haat is gelegd. Jozefs ego wordt op de proef gesteld. Jozef belandt in de put en daalt nog dieper af: naar Egypte.

In de Kabbala is dat de fysieke wereld van het lichaam. Daar ben je gevangen, daar wordt je gekweld en beperkt. Je moet door de zee en de woestijn om er weg te komen. Met Jozef gaat dat zo. Hij komt uit de gevangenis en zorgt ervoor dat zijn broers en daarmee alle HebreeŽn te eten krijgen. Hij stelt zijn ego in dienst van anderen. Dan is hij ook in staat om zich te verzoenen met zijn broers. Wat een ontwikkeling!

Nůg een boeiende lijn: de familieverhoudingen. De bevoorrechte positie van Jozef. Aangescherpt door zijn vader Jakob. En die zou toch beter moeten weten... Tot op het sterfbed van zijn vader Isašk had Jakob geprobeerd zijn vaders liefde en aandacht te krijgen. Maar die plek werd bezet door zijn broer Esau. Dus hoewel het leven van jakob wordt beheerst door de strijd om de liefde van zijn vader, gebeurt er in zijn eigen gezin precies hetzelfde. Opnieuw leidt voorliefde tot tweespalt. En die groeit snel uit tot meer, want het gezin van Jakob bestaat uit zoveel verschillende kinderen van (vier) verschillende moeders. Onbedoeld is Jozef de samenbindende factor. Hij is de zondebok en die verenigt. Maar het uit de weg ruimen van Jozef lost niks op. Ze zadelen zichzelf met een loodzware schuld op. Een akelig geheim dat ze jarenlang met zich mee zullen dragen.

Pas in Egypte, als er hongersnood is in Kanašn, wordt dat geheim onthuld. De rollen zijn omgedraaid: Jozef heeft de macht en zijn broers zijn daarvan afhankelijk. Jozef heeft alle touwtjes in handen maar maakt daar geen misbruik van. Wel stelt hij zijn broers op de proef. Hij wil weten of ze ťcht veranderd zijn. Of de familierelaties ťcht hersteld kunnen worden. In dat 'spelletje' toont Juda zich de ware broeder. In Dotan verkocht hij Jozef nog aan een langstrekkende karavaan, maar nu is hij borg voor dat andere kind van Rachel: Benjamin. Nu kan verzoening plaatsvinden. De familie wordt herenigd. Dat betekent dat ook Jakob naar Egypte komt. (Opvallend is dat Jakob, de vader van Jozef, tot en met Genesis 49 ook in het verhaal voorkomt. Eťn hoofdstuk later beschrijft de auteur de dood van Jozef al. Hun levens zijn dus nauw met elkaar verweven.)

Na zijn dood wordt Jakob begraven in Kanašn. En de botten van Jozef gaan, als het volk van IsraŽl uittrekt uit Egypte, mee naar het beloofde land. Want in dat perspectief kunnen we het verhaal over Jozef lezen: God brengt hem thuis; God brengt ons thuis.

Site Meter